Zomer '05: Balanceren in een kwetsbaar paradijs

Mei 2005.

Dit artikel is oorspronkelijk gepubliceerd in 2005, in het zomer-nummer van Oase.
Oase is het kwartaal-tijdschrift van de Stichting Oase in Beuningen.

Balanceren in een kwetsbaar paradijs

Een gesprek met Mans de Jong, beheerder van de heemtuin in Rucphen
Willy Leufgen

Een droge, koeie middag, begin mei. We hebben een afspraak met Mans de Jong, de 'goede ziel' en drijvende kracht van een van de meest opmerkelijke, fraaie en inspirerende heemtuinen in Nederland. De deur van het heemtuinhuis is dicht - we gaan alvast een rondje wandelen door het 2 ha grote parkje, ergens zal hij wel aan het werk zijn.
Op de hogere zandgronden bloeit de brem volop en doet de ontbrekende zon even vergeten. De prachtige solitaire eiken staan op, landschappelijk gezien, de 'juiste' plekken - en de takken mogen hier nog tot op de grond uitwaaieren. Lager in de moerassige tuingedeelten valt het veepluis op en een stuk verderop, langs de akkers, hele stroken intens rood bloeiende incarnaatklaver.
Wat is dit toch een heerlijk stukje landschapsverbeelding!
We komen twee medewerkers van Mans tegen, Jac en Peter, schaftpauze. En dan Mans zelf, van de andere kant: zo'n heemtuingebouw kan ook een achteringang hebben, en hij zat al een poosje op ons te wachten... Teruglopend wijzen we elkaar al op het mooie langs de paden. Net als b.v. in Amstelveen zorgt ook Mans met zijn collega's voor zoveel mogelijk kleurenspektakel langs de paden. We maken complimenten, ook over de opvallend informatieve bordjes, inclusief korte informatie over het beheer per biotoop. "Gratis, 25 panelen, van een bedrijfje dat hekwerken maakt", vertelt Mans. "Dankzij Stichting Vrienden Heemtuin Rucphen, in 2003 ontstaan uit de vrijwilligersgroep", voegt hij er aan toe. Binnen, bij thee, koffie en brood, en nadat we )an van den Broek, de voorzitter van de vriendenstichting, die even in z'n werkpauze langskwam, nog even de hand hebben geschud, begint Mans aan een lang verhaal.

Voorgeschiedenis

In 1976 ontvingen 24 West-Brabantse gemeenten, gelegen binnen het rayon van de WVS groep (Sociale Werkvoorziening West-Noord Brabant), een schrijven met de vraag, welke gemeente zin zou hebben in de aanleg en het onderhoud van een tuin voor extra kwetsbare mensen binnen hun werkvoorzieningschap. De gemeente Rucphen sprong uiteindelijk in dit gat. Doel was het, 5-7 mensen buiten, in de natuur, zinvol bezig te laten zijn. In 1981 bracht de gemeente Rucphen een globaal heemtuinplan naar buiten. Waarom een heemtuin? Op die vraag weet Mans eigenlijk geen antwoord. Toen jan van den Broek als voorzitter van die Natuurwerkgroep de eerste oriënterende bijeenkomst bijwoonde van de werkgroep Heemtuin, pleitte hij er namens de natuurwerkgroep voor om geen heemtuin aan te leggen, maar het geld te reserveren voor de aankoop en het behoud van de nog resterende landschapselementen in de gemeente en deze door de mensen van de WVS groep te laten onderhouden. Maar de gemeente bleef, koste wat kost, bij haar heemtuinplan, en wel op het terrein Baanvelden.

De relatie tussen de natuurwerkgroep en de gemeente was toen niet best. Uiteindelijk werd bijna alles uitgevochten in de media, vertelt Mans. 'Als het dan toch een heemtuin moet worden, dan moet het ook een héle mooie worden', zo reageerde de sceptische natuurwerkgroep dan toch uiteindelijk. Binnen de groep vond men toen al, dat Mans er het meest vanaf wist, de kar zou moeten trekken en hij nam de plaats in de werkgroep heemtuin in van Jan van den Broek. Maar, vertelt hij, er zaten ook jongens met 'Velp-opleiding' bij en Mans werkte toen nog op het bekende West-Brabantse natuurgebied De Pannenhoef, bij het Brabants Landschap. Maar binnen het hele Werkvoorzieningschap werd niemand gevonden, die de capaciteiten had, én een heemtuin te ontwikkelen en te beheren én een groep mensen te begeleiden 'met een dot ellende achter de rug'. Mans liet zich overhalen.

De aanleg van de tuin

De gemeente gunde Mans alle ruimte voor de ontwikkeling van een landschappelijke tuin, die hem letterlijk voor ogen stond. Het terrein leende zich er redelijk voor: een voormalig Zeedennenbos, met kap- en brandgaten, grasland, een houtwal -100% Amerikaanse vogelkers -reliëf (natuurlijk, maar ook door een kleine zandwinning op het terrein). De gemeente beloofde ƒ 450.000, maar 'dankzij'  Bestek '81 (de ouderen onder de lezers zullen zich deze bezuinigingsronde onder Van Agt nog herinneren) werd dit bedrag gauw teruggeschrapt tot ƒ 125.000. Na het noodzakelijke terreinwerk, het verplichte hekwerk rondom (alleen al ƒ 40.000!) was meer dan de helft van het budget al op... Hoe kwaad ook, Mans en 'de zijnen' gaven niet op, werden creatiever. Met leem uit het nabije Zegge waren al een vennetje met een pakket leem van 60 cm dikte en natte milieus (35 cm leemlaag) aangelegd. Voor de nu zo karakteristieke 'beekskes' en sijpelingen, unieke vochtige milieu's met sijpelend, licht stromend water, was geen geld meer over. Noch voor leem, noch voor het transport. Maar stoeptegels kon je gratis bij de gemeentewerf krijgen, cement eroverheen, plaggen steken op De Pannenhoef, en dit unieke vochtige milieu kon zich toch ontwikkelen. Planten werden niet en masse gekocht, maar vooral gekweekt, op grote schaal. Ik herinner me zelf keurige bedden met orchideeënplantjes, eind jaren '80. En uiteraard werd ook massaal geplant. Wie nu de prachtige vegetaties ziet, houdt dit nauwelijks voor mogelijk. Alles ademt een extreme graad van natuurlijke ontwikkeling uit! Toen we ooit na een excursie op de nabije Kalmthoutse Heide de heemtuin in Rucphen bezochten, en later de foto's en dia's achter elkaar bekeken was soms het verschil tussen 'echte natuur' en de aangelegde natuur in het Rucphense nauwelijks te onderscheiden. Hoogstens de schaal!

De eerste bezoekers

Vanaf 1988 werden mensen uitgenodigd, dit bijzondere stukje wildebloementuin te komen bezoeken. Donaties, maar ook planten kwamen binnen, de eerste complimenten. Moeilijk alleen die mensen, die je teleur moest stellen, omdat ze met uitheemse of gecultiveerde soorten aankwamen. 'Heel aardig van je, maar we willen hier alleen met in het wild levende planten werken', zei Mans dan telkens. En we geloven onmiddellijk dat de mensen dan, hoe teleurgesteld ook, Mans begrepen.
De flinke populatie groene kikkers startte met het bezoek van een mevrouw die haar kikkers kwijt wilde vanwege dreigende ruzie met de buren, vertelt Mans. En hij schat dat er nu zo'n 150 volwassen mannetjes op het terrein leven. Onlangs stuurde hij de politie, die hem kikkers wilde brengen, door naar poelen in een natuurgebied. 'Wij hebben er nu wel genoeg van'.

Solidariteit

Mans de Jong werkt komende augustus 20 jaar op de heemtuin in Rucphen. Op grond van rugklachten minder vaak in de tuin, maar met al zijn ervaring kan hij natuurlijk alles aanwijzen, plannen, kennis overdragen. En al lang is hij ook degene, die zorgt voor inspirerende rondleidingen, lezingen, educatie, en in het West-Brabantse is Mans ook een ware ambassadeur voor de natuur dankzij zijn verhalen op de regionale radio en t.v. En zijn columns in regionale dagbladen... 'Kennis werkt in mijn voordeel', noemt Mans dat, bescheiden. Anders zat ik zeker al lang in de WAO (als oud-metselaar werd Mans overigens al vóór zijn hele 'groencarrière' wegens rugklachten afgekeurd!).
En hij heeft leren luisteren naar al die mensen om hem heen, naar nare dingen die hen gebeurd zijn. je hoeft hem niets over de therapeutische werking van een tuin te vertellen. Hij weet van welk (over-)levensbelang de tuin voor het 20-tal mensen, waarmee hij in de loop der jaren heeft samengewerkt, vaak was en is. 'Mensen waar je geen cent meer voor gaf, knappen hier op'. 'En dan komen hier directeuren van Werkvoorzieningen die zeuren om centen'. Gelukkig is Mans' positie onomstreden, zodat hij zich de vrijheid kan permitteren, zulke mensen het hoofd te bieden, te weigeren aan hun plannen mee te werken. Wij luisteren vervolgens naar verhalen vol medeleven, uit de levens van de 5 mensen waar hij zich verantwoordelijk voor voelt, maar ook naar verhalen van verbittering of onbegrip bij superieuren. Aangrijpend. Mans verdiept zich in de levens van zijn collega's evenzeer als in de hem omringende en inspirerende natuur.

Ballerina's en rouwdouwers

Over de keuze voor medewerkers heeft Mans zo z'n eigen ideeën. 'Je ziet het al hoe ze de begroeiing in lopen: als ballerina's of er 'roetsj' in lopen. Die laatsten blijven nooit lang. Te ongevoelig.' Mans vraagt duidelijke discipline, van 8-16.30 uur, je best doen, maar zonder prestatiedwang. En zo werkt de huidige groep al tussen de 2-15 jaar, en kent Mans z'n beoogde opvolger al. 'Jac kan het werk nu helemaal aan. Kan anderen begeleiden en straalt warmte uit.' En dus koppelt Mans nieuwe mensen aan hem. 'Raar iets hier' zegt Mans opeens lachend tussendoor. Even ontspannen. 'Die tuin moet er zijn voor kwetsbare mensen, ledere kleine gemeente zou zo'n tuin moeten hebben'. 'Het paradeske van de glimlach', noemt Mans z'n kleine wereld. Hij vertelt vervolgens, niet zonder trots: mensen komen nu uit het hele land, gaan met voldoening en met veel complimenten naar huis. Ooit had hij twee doelstellingen:

  1. De heemtuin proberen zo mooi mogelijk te maken en wel als wapen in de strijd tegen de teloorgang om ons heen. Misschien worden mensen besmet en zeggen ze: het is genoeg geweest!
  2. Als het me lukt, ook maar 1 miljoenste bij te dragen aan de genoegdoening, het plezier voor een groep mensen, waar neerbuigend over wordt gedaan binnen en buiten de Werkvoorzieningschappen. Het kan iedereen overkomen!

En nu maakt die groep een van de mooiste plekken van Nederland!

Risico's vermijden

'Komen er wel eens andere WVS-groepen naar je tuin?', vraagt Marianne. 5 à 6 keer gebeurde dat. Maar Mans is teleurgesteld over al die groepen, gemeenten. Hij mist werkelijk respect, gewone taal b.v. En kwaliteit in het ecologisch groenbeheer. 'Mensen in hogere posities mijden risico's, experimenten. Hij noemt heldere voorbeelden uit het landschapsbeheer rondom. Waarom zo risicomijdend?', blijven we vragen. 'Carrière-dromen, angst om afgeschoten te worden, geen fouten willen toegeven.' Een keer per jaar probeert Mans met zijn collega's te kijken, hoe anderen het doen: Thijssepark in Amstelveen, het natuurpark in Made, het heempark in Eindhoven... en hij nam in het verleden ook mensen van de WVS-leiding mee. Daar zien ze ander, soms ook extensiever beheer... Mans heeft gelukkig nu per tuinelement een duidelijk, goed beheerplan ontwikkeld. Hij vertelt dit relativerend: we hebben altijd over alles nagedacht, nu zou dit vaak weer anders gebeuren.
Hij heeft veel geleerd van de IVN-gidsencursus, maar draagt zelf het virus 'liefde voor de natuur' tijdens rondleidingen anders over. Niet zozeer kennis 'over sapstromen en zo', maar verhalenderwijs, uit zijn rijke, persoonlijke ervaring, haast poëtisch om zich heen kijkend, mijmerend.

De schoonheid van de tuin

We gaan naar buiten. Langs kuipen met veengrond en beenbreekpolletjes. De tuin is zo rijk aan bijzondere soorten, dat Mans er speciekuipen als biotoopschalen mee vult of er anderen een plezier mee kan doen. Hij vertelt hoe hij er rondloopt met z'n beoogde opvolger: Hoe kan dit stuk, zo natuurlijk mogelijk, nog kleurrijker? Hoe krijgen we, land-schappelijk gezien, het mooiste beeld?
Mans kan uit zijn geheugen talloze oude natuurbeelden putten. Die beelden zou hij, volgens eigen zeggen, zo terug kunnen projecteren, tot op enkele meters nauwkeurig. We lopen langs prachtig bloeiende brem. Praten over uitdunnen. 'Ik laat Jac touwtjes aan die struiken hangen, die volgens hem weg mogen. Vraag dan, waarom? De transparantie moet blijven, je moet leren kijken in de toekomst, spanning er in houden.' Op een stukje geplagde heide zien we de grond van een groot deel van de heemtuin: warme, lemige zand. Een bezoeker onderbreekt ons gesprek. Enthousiast over kikkers, maar dat gekwaak... Mans weet op onnavolgbare wijze te bereiken dat de man bij het afscheid er weer helemaal van overtuigd is dat de kikkers een verrijking zijn voor zijn tuin. Bij een prachtige solitaire eik herinnert Mans zich een conflict met de opzichter van de gemeentelijke plantsoenendienst, in het begin van de tuin: die wilde die mooie, toen nog jonge eiken eruit laten trekken. Dat ging dus niet door. 
En dan langs een plekje met veel rozetten van blauwe knoop, opvallend omgeven door gevlekte orchis. Mans vermoedt er een direct verband.
We blijven stilstaan bij een prachtig stuk tuin: de 'sijpeltjes'. Een miniatuurdelta, een uitstroomgebied van kleine beekjes vol orchideeën, beenbreek, en mini-'grasjes', die we beiden niet onmiddellijk als duizenden beenbreekjes thuis kunnen brengen... Een weilandje vol beemdooievaarsbek, grote plekken knolspirea, talloze uitgebloeide wildemanskruiden  ('Om mensen te laten zien, wat we hebben laten uitsterven.') De al genoemde incarnaatklaverranden doemen op. Schitterend! Een stuk houtwal wordt omgevormd: niet meer alleen eikenhakhout, maar naar het midden toe kleurrijker: sleedoorns, meidoorns e.d. Een droog, voedselarm grasland vol herfsttijlozen en ongelooflijk veel wilde weit. We kijken met groeiende verbazing onze ogen uit. En dan een eindje door bosranden. De paden volledig omzoomd door alles wat je wenst in de verschillende bosmilieus, o.m. ook veel zwarte rapunzel, 'alle' denkbare stinzenplanten... Maar het kan hier niet op: opeens doemt de 'bogerd' met daarin oude hoogstamfruitrassen en andere boompjes voor ons op, die voor de helft wel lijken vol te hangen met maretakken, een van die andere legendarische kwaliteiten van de heemtuin in Rucphen. Hoe we dan weer opeens langs spectaculaire stukjes, haast hoogveenachtig moeras komen begrijp ik nauwelijks: de tuin is zo spannend, rijk! Massale groei van spaanse ruiter, ronde zonnedauw, teer guichelheil, ach... Hier filosoferen we naar hartelust over nieuwe vormen van klein- en fijn-schalige, gemengde landbouw. Mans vertelt, dat hij in deze streek opgroeide, als jongste in een gezin van 18 kinderen. Over zijn vader, die veel door het landschap stroopte voor zijn gezin, en er van hield. Mans struinde al gauw mee. Zijn vader liet hem de vogelgeluiden herkennen. Streeknamen als 'sikketuut-je' leerde hij toen, op zijn vaders knie. En nu schrijft Mans er veel over. Hij leerde ook vogels lijmen, vogeleieren verzamelen ('nooit meer dan een, niet bebroed, maar als je een eend vond, mocht je ze allemaal meenemen...'). Vroeger zat de omgeving vol met nachtegalen, ze gingen er naar luisteren, midden in de nacht. Tot z'n 26ste ving Mans vogeltjes. Tot hij tijdens een vogelexcursie bioloog Miel Hoppenbrouwers tegen het lijf liep. 'Die gaf les op school, kon mooi vertellen'. En die vroeg hij toen, waarom de geelgorzen zoveel minder werden. Miei kon dat uitleggen. Over de verdwijnende landschapselementen en zo. We praten door over gevoeligheden voor taal. 'Als er iets moois te zien is, wordt je ook gevoelig voor taal'. Jan van den Broek stimuleerde Mans iets op papier te zetten. En sinds 1992 doet hij dat ook met groeiend enthousiasme: verhalenboekjes, spreuken op allerlei plekken, tuingidsjes, informatiepanelen, beheerplannen, educatief materiaal... 'Bij het schrijven beleef je dat mooie weer.' En: 'Dat gevoel moet je nooit kwijtraken, dan ben je er gewoon niet meer'. Hij zelf noemt dit gevoel het 'Mansgevoel'. Het gevoel wat je ervaart als iemand tegen je zegt dat die van je houdt.

We hebben al een bus laten passeren. Mans' vrouw zal ook wel willen dat hij op huis aan komt, dus we haasten een beetje, het laatste stukje door de tuin. De 'holle weg' - sfeer met beekje, massale goudveilgroei en dan opeens licht, een waanzinnige plek zenegroen onder gagel, een 'proefke' met beenbreek... 'Moeraskartelblad zou hier nog mogen...'. We zouden ons nog lang niet vervelen!
We spreken, al lopend, nog een tegenbezoek af, met een dikke envelop vol fraais op zak - een DVD, CD met actuele tuinfoto's, beheerplan, educatieve lessen, een boekje vol vertelsels van Mans...
Nog komen de beelden, de verhalen regelmatig terug aan tafel, tussendoor in de tuin, nu bij het schrijven. Een gedenkwaardige middag, een verrijking pur sang. 
Bedankt, Mans!

Terug naar overzicht