Weet u waar de merels zijn?

(16-09-2006) Een vrouw uit Sint Willebrord belde mij met de vraag waar al de merels toch zijn gebleven. Natuurlijk valt ons als eerste de zang op. Nu het broedseizoen voorbij is, zingen de merels niet meer. Het bijna onophoudelijk wormen uit de grond sleuren, waardoor wij ze regelmatig konden zien, is ook voorbij. Bladeren aan bomen en struiken belemmeren ons om de merels te zien. Op dit moment zitten alle merels in de rui en proberen ze om zo min mogelijk op te vallen. Immers, met een deels versleten verenpak kun je een gemakkelijke prooi worden voor je natuurlijke vijand. Verder kom ik nog al wat merels tegen in struiken met rijpe bessen en die zijn niet altijd in jouw tuin te vinden. Bij mij thuis zag ik merels veelvuldig snoepen van de rijpende druiven. Er waren een paar jonge merels bij met een nieuw zwart pakje en een bruine, nog niet ingeruide kop. Ook dit jaar brengen mensen de grote, dikke groene rupsen met op de zijkant van hun lijf schuine streepjes. Het gaat om de volgegeten rupsen van de ligusterpijlstaart. Dit is de grootste nachtvlinder die in ons land voorkomt. Zijn nu volwassen en gaan op zoek naar een geschikt plekje om te verpoppen en zo te overwinteren om volgend seizoen weer als nachtvlinder rond te fladderen. Trap ze vooral niet plat. Iemand uit Zundert zag vorige week nog een eenzame gierzwaluw. Het ging hier waarschijnlijk om een late jonge vogel. De anderen zijn al vanaf begin augustus, bij gebrek aan vol-doende insecten, onderweg naar Afrika om daar de winter door te brengen. In de heemtuin troffen we dit jaar 18 vrouwtjes van de wespen- of tijgerspin aan. Rond 15 augustus hingen er hun eerste mooie, brui-ne, walnootgrote cocons, vol met eitjes. Dit worden de spinnetjes die volgend jaar de heemtuin opnieuw zullen bevolken. Wij troffen ze aan op de droogste en zonnigste plekjes in de heemtuin. Altijd hangen hun webben in de buurt, waar hun hoofdvoed-sel zich ophoudt n.l. veldsprinkhanen. De eerste wespenspin voor ons land is in 1980 in Zuid Limburg ontdekt. Een mooie soort die hier vanwege de klimaatsver-andering terecht is gekomen en stand houdt. Verder waren er met het zonnige en warme weer ineens de vlinders, libellen en waterjuffers in de heemtuin. Het vrouwtje van de houtpantserjuffer legt haar eitjes in schorsspleetjes van bomen en struiken die langs het water groeien. De uit de eitjes gekomen larfjes, laten zich na hun geboorte in het water vallen om zo zich verder te ontwikkelen tot een houtpant-serjuffer. Iemand uit Roosendaal vroeg me wat het verschil was tussen een libel en een waterjuffer. Libellen zijn grote insecten die snel en wendbaar zijn. Tijdens de rusthouding houden zij hun vleugels gewoon in de vliegstand. Waterjuffers zijn tere wezentjes, die niet zo snel en wendbaar kunnen vliegen en die in rusthouding hun vleugels parallel op hun lijfjes leggen. In juli en augustus waren er nauwelijks wilde eenden te zien. In juli wisselen de mannetjes (woerden) al hun slagpennen tegelijk, met als gevolg, dat zij in die periode niet kunnen vliegen. Zij zoeken dan moerassen op om zich daar schuil te houden. Dit geldt ook voor de eendenvrouwen die geen kroost meer hoeven te verzorgen. Vrouwen die nog wel jongen te verzorgen, behouden hun slagpennen totdat hun jongen geen zorg meer nodig hebben. Dat is slim en goed van de Moeder Natuur. De meeste wilde eenden hebben nu nog een eclips of overgangskleed. Volgende maand krijgen de mannetjeseenden hun bekende bruiloftpakje. Wilde eenden gaan in november op vrijersvoeten. In de natuur moet je alleen opvallen als dat nodig is en voor de rest zoveel mogelijk uit beeld zien te blijven. De warmte van juli en de regen van augustus bleek ideaal te zijn voor de ontwikkeling van paddenstoelen. Op mijn kuierkes in de regio stonden ze er dan ook met velen. Veel kastanjeboleten, eekhoorntjesbrood en heel veel parelamanieten. Een andere amaniet die er erg veel op laatste lijkt is de panteramaniet. De panteramaniet is giftig en te onderscheiden omdat de manchet geen streepjes heeft. Als ezelsbruggeske: de panter is geen poesje om zonder handschoenen aan te pakken. Zowel de parel- als de panteramaniet zijn familie van de alom bekende vliegenzwam, u weet wel, die van rood met witte stippen. Om geen vergiftiging op te lopen wil ik u aanraden uw paddenstoelen gewoon in de winkel te kopen en ze in de natuur te laten staan. Trouwens, u mag ze helemaal niet uit de natuur en bosgebieden meenemen. Verder wil ik u niet bang maken, maar, ieder paddenstoelenseizoen kost Frankrijk dit gemiddeld honderd van haar inwoners. Natuurtip: Let de komenden weken vooral op de vogeltrek. Terug naar overzicht