Ut zondagmorgen kuierke

(27-01-2007) Het is een zondagmorgen half januari. Na een best lange periode van bewolking, wind en regen is het een bijna windstille, zachte en vooral een heldere vroege morgen. De sterren flonkeren en de kwart maan blinkt alsof hij door de vele regens is gewassen. Lekker met de hond op pad naar zoals ik het noem ut Steevestrotje, een onverhard zandweggeske dat is gelegen tussen Sprundel en Rucphen. Onderweg hoor ik boven me en nog onzichtbaar het nasale gegak van grauwe ganzen. Ik zet, zoals gewoonlijk, mijn fiets tegen een geknipte heg die uit grauw els bestaat. In een eenzame, scheefhangende berk, draagt een zwarte kraaienmannetje zijn hofmakerij-roep voor. Zijn roep draagt ver in het nog stille landschap. De regen van de vorige dag heeft het zandpaadje glibberig gemaakt. Ik ga efkes, naast de hond, op mijn hurken zitten om zo de donkere silhouetten van de bomen en boerderijen te ontwaren. Het is prachtig hoe vooral de eiken bij ut Klokske, langs de Vorenseindseweg, met hun oude kronen naar het komende licht reiken. De vele plasjes op het pad, zijn met de duisternis er omheen, als zilveren spiegeltjes die de omgeving weerspiegelen. Sprundel slaapt nog deels. Wanneer ik al kuierend ervaar dat het licht de duisternis stilaan verdrijft en het landschap op deze manier prijs geeft, geniet ik hier mateloos van. Vanuit het bos komt een buizerd laag aanvliegen, en steekt vlak voor me langs het pad over richting een plekje, waar hij zal proberen zijn buikje te vullen. Als hij mij is gepasseerd, miauwt hij zacht. Het lijkt er op dat de lucht verzadigd is met het gegak van grauwe ganzen en de jodelende roep van kolganzen. In iets meer dan een kwartiertje heb ik al enkele duizenden ganzen vanuit het westen naar het noorden zien vliegen. Ze vliegen hoog omdat ze uit ervaring hebben geleerd dat als ze laag vliegen beschoten kunnen worden. Slim toch denk ik zo. Die gedachte ontlokt me een brede glimlach. Uit het ondiepe slootje vliegt, in zijn typisch schokkende vlucht, een graspieper weg. Raar dat dit vogeltje tot voor 20 jaar geleden nog een algemeen was en sinds enkele jaren op de rode lijst prijkt. Zo snel kan het in negatieve zin ook met vogels gaan. Russell springt tegen me op om een aai over zijn mooie bruine kopje en een brokje te krijgen. Natuurlijk maak ik efkes tijd om hem aandacht te geven. Mijn beloning is een ruime kwispel en twee glimmende bruine oogjes. Boven het donkere bos zie ik een tweede buizerd naderen en kijk hem zolang na als ik kan. Ik krijg er een wat misselijk gevoel bij als ik besef dat er weer mensen zijn die, deze muizeneter bij uitstek, hem zijn beschermde status willen afpakken, zodat hij weer bejaagbaar wordt. Boven ut Klokske verheft zich de nog jonge morgenzon. De hele omgeving hult hij voor efkes in een warme gloed van zacht oranjegeel. Een lange, smalle rij lichtblauwe wolken, wordt bij het passeren bij ut Klokske, nog snel van een gouden rand voorzien. Ik volg de kleurverandering totdat de zon als een zacht gele bol zich boven de horizon verheft. Bij de boerderij klinkt het "wieuw wieuw" van een steenuiltje. Op het einde van het pad maak ik kennis met de meer dan 85 jaar oude rij met knotbomen die, op een paar essen en een knotwilg na, geheel uit zwarte elzen bestaat. Ik besef dat dit de oudste en tevens de laatste knotelzen zijn die onze gemeente nog bezit en dat we met de gemeentelijke Natuurwerkgroep alles uit kast hebben moeten halen om ze sparen bij de komst van het toeristische fietspad. De motorzagen waren al gestart. Met dit stukje herinnering aan het uiteindelijke behoud ervan, keer ik om, om terug te kuieren naar mijn fiets. En iedere keer dat ik hier ben, komen vanuit het noorden de wulpen in groepen naar hier. En altijd zijn er naast het gewone "wuuliep, wuuliep"-geroep ook een of meerder mannetjes die hun jodelende fieteltje laten horen. Dat fieteltje maakt me warm. Kleine en grote groepen ganzen blijven maar overvliegen, tot dat er zich iets heel merkwaardigs voordoet. Een grote groep met grauwe ganzen die in noordelijke richting vliegen, een andere groep met 24 grauwe ganzen ontmoet. De kleine groep raakt in de war en er ontstaat grote vertwijfeling. Het is een situatie van keer ik om en vliegen we mee terug van waar we zijn gekomen, of vliegen we toch door naar de Zeeuwse Delta. Het tafereel duurt wel enkele minuten. Uiteindelijk besluiten ze om hun ingezette koers voort te zetten. Eenmaal boven het militaire kamp gekomen, formeren ze zich opnieuw in hun bekende V-formatie en trekken ze verder. Ik vond het best spannend over wat er zou gaan gebeuren. Aan de rand van Sprundel klinkt meerdere keren de gulle lach van de groene specht. Onderweg ontmoet ik nog honderden wulpen, kleine groepjes kauwtjes die laagvliegend en heel speels het landschap in trekken net als de spreeuwen, hout en holenduiven. Lekker naar huis voor een warm kommeke thee. Voor een fijne natuur en landschapsbeleving hoef je niet ver van huis. Natuurtip: Zonder Moeder natuur zou u nooit bestaan hebben Terug naar overzicht