Ontmoeting met het watersnepke

(06-01-2007) De vele regens van de afgelopen weken hebben de ondiepe greppeltjes en 't poeltje in het vochtige weitje weer met water gevuld. Zo'n situatie zoals nu komt in mijn leefgebied nog maar sporadisch voor. Tot voor 50 jaar geleden was dit een veel voorkomende situatie. Ik vond 't altijd schitterend en verlangde dikwijls naar deze natte situatie. Honderden wulpen, witgatjes, zwarte en groenpootruiters zochten dan naar voedsel in de vochtige en slappe bodem. Uitgerust met hun lange poten en dito bekken was er voor elk wat wils. Deze week werd ik aangenaam verrast door een vijftal watersnipkes. Als vanuit het niets vlogen ze boven ut, nu drassige, weitje. In hun karakteristieke zigzagvlucht vlogen ze nog een rondje en zette zich neer in de omgeving van het poeltje. Ik blijf genieten van deze spreeuwgrote, steeds schaarser wordende, vogels. Hun uit lichte en donkere stippen en strepen bestaande verenpak maakt ze haast onzichtbaar tussen de verkleurende grassen en andere weideplanten. Het meest opvallende aan de watersnipkes is hun lange bek. Met deze lange bek peuren zij in de nu zachte bodem op zoek naar wormen, emelten en andere bodemdieren. Heel rustig peuren ze verder tot de tastzenuw aan 't eind van hun bek aangeeft, dat er iets eetbaars is gevonden. Terwijl ze voedsel zoeken dwalen m'n gedachten weer terug naar de vele lentes hier in de vochtige en natte grote stille heide uit mijn jeugd. In april en mei maakten de mannetjes watersnippen hun machtig mooie bruiloftsvluchten hoog in de lucht. Na een tijdje te hebben rondgevlogen, duikelden ze een stuk naar beneden en lieten hun typische geblaat horen. Van mijn vader leerde ik dat dit blatende geluid van de snepkes, zoals hij de watersnip noemde, ontstaat doordat ut snipke zijn twee buitenste staartpennen uitzet. Deze staartpennen zijn een beetje als een spiraal gebouwd. De langs deze staartpennen strijkende lucht maakt dit mooie geluid. Het is een poging om een vrouwtje paringsbereid te maken. Dit blatende geluid leverde hen de naam van “weergeit” op. Plots hoor ik hun raspende roep, deze roep laten ze horen als ze meestal opgejaagd weer op de wieken gaan. Een door 't weike lopende jachthond heeft ze opgejaagd. Van achter de houtwal knallen twee schoten, en een van de snipkes stort neer in het vochtige weitje, de andere vliegen verder. De hond snelt naar het dodelijk getroffen snipke, pakt het slappe snipke in de bek en loopt ermee naar de fluitende jagers. Zij kunnen hun geluk niet op. Het is niet mijn geluk en het raakt me altijd diep en mijn verontwaardiging is groot. Het zijn spreeuwgrote vogels en waarschijnlijk diep in het noorden van Europa geboren. Zij zijn in het najaar en winter naar ons “beschaafd” Nederland gekomen om te overleven en voor hun terugkeer naar hun broedgebieden hun erfelijk materiaal veilig te stellen. Mijn geluk bestaat uit de schoonheid van de levende natuur en het respect daarvoor. Een van hen heeft het vandaag niet gehaald en is zijn erfelijk materiaal verloren gegaan. Kennelijk houden jagers alleen van de dode of gedode natuur. Als liefhebber van leven kan ik nog steeds niet begrijpen dat er nog steeds een klein groepje mensen bestaat die mooie, nuttige weerloze vogels voor hun plezier doodt. Vaak zijn het mensen die jagen, die in hun dagelijks beroep andere burgers aanspreken op normen en waarden. Gelukkig heeft een grote meerderheid van het volk, zij het tegen de zin van veel jagers, besloten dat er sinds een aantal jaren niet meer op watersnipkes, houtsnippen en bokjes mag worden geschoten. Zulke berichten maken me erg vrolijk. Ut watersnepke stond het laatst op een briefje van honderd gulden en kreeg de mooie naam snip. Natuurtip: Let maar eens op de eerste vogelzang en laat je daardoor vrolijk maken

Terug naar overzicht