Ontmoeting met het hermelijntje

(13-01-2007) Het is een mooie morgen, begin mei, als tijdens het afrasteren van een weide langs de Bieloopbeek een fel gekrijs klinkt. Uit een holletje op de slootkant probeert een bruin diertje te ontsnappen. Steeds probeert het diertje, steunend op zijn voorpootjes zich uit het hol omhoog te drukken. Vanuit het hol zelf wordt aan het achterlijf van het diertje getrokken. Na een tiental pogingen geeft het diertje zich gewonnen en houdt het gekrijs op en keert de rust weer. Enige minuten later verschijnt er boven de rand van het hol een klein kopje met dito oortjes. Het kopje draait in alle richtingen en zoekt de omgeving af of deze veilig is. Dan komt het diertje te voorschijn, richt zich op en gaat op z’n kontje zitten. Dit gedrag herken ik als zekeren. Op de rug is het diertje mooie warm bruin, terwijl de buikzijde wit van kleur is. Na een poosje gezekerd te hebben loopt het diertje langs de sloot en speurt naar prooi. De ongeveer 10 centimeter lange, naar het einde toe bijna zwart wordende staart, verraadt dat het geen wezeltje maar een hermelijntje is. Een hermelijntje heeft met staart een lengte van 30 cm. Het gekrijs, van zo even, werd veroorzaakt doordat een jong hermelijntje, dat uit het hol wilde, door de moeder werd tegengehouden. Moeder hermelijn had onze aanwezigheid allang opgemerkt en wilde niet dat een van haar jongen het nest zou verraden. Enige minuten later keert de hermelijn zonder prooi terug bij haar hol. Even later verlaat ze opnieuw haar hol en loopt in de richting van het bos. Nadien later keert de hermelijn terug met in de bek een prooi. De vrij prooi wordt in het hol gesleurd. Na een tijdje vertrekt ze opnieuw in de richting van de bosrand. Eenmaal bij de bosrand aange-komen maakt een spreeuw alarm. De spreeuw heeft de hermelijn tussen de begroeiing opgemerkt en ziet het naderende gevaar. Enige minuten later komt de hermelijn opnieuw met een prooi in de bek naar het hol. Ik kan nu zien dat de prooi een jonge spreeuw is. Ik weet dat in een van de eiken aan de bosrand zich in een spreeuwennest bevindt, verborgen in een oud spechtenhol. Mijn nieuwsgierigheid is geprikkeld en ik besluit om me in de buurt van het spreeuwennest verdekt op te stellen, in afwachting van wat er gaat gebeuren. Ik realiseer me dat de hermelijn het spreeuwennest zal leeghalen om de spreeuwen aan zijn jongen op te voeren. Verscholen achter een dikke eik heb ik een goed uitzicht op het spreeuwennest. Mijn geduld wordt niet lang op de proef gesteld. Vanuit het weiland, bij de sloot, zie ik de rennende hermelijn naderen. Tussen de begroeiing zie ik hem zekeren. In volle vaart rent hij in de richting van de eik waarin zich het spreeuwennest bevindt, stopt even, om vervolgens terug tussen naar de begroeiing te rennen. Voor de tweede keer zekert hij en rent kort daarna weer in de richting van de boom.Even ben ik hem kwijt. Als ik de omgeving van de nestholte afspeur zie ik hem via de achterkant van de boom, een meter boven de nestholte verschijnen. Nog een keer speurt hij de omgeving af en verdwijnt, met de kop naar beneden kruipend, in de nestholte. Bijna zo snel als het licht verschijnt hij met zijn mooie kopje in de holte. In zijn bek slingert een gedode jonge spreeuw. Hij daalt met zijn kopje naar beneden af naar de grond om met een snelheid die voor mij nauwelijks is te volgen in de richting van zijn hol met hongerige jongen. Na vijf minuten keert hij weer. Deze keer klimt hij zonder te zekeren de boom in. Voor de tweede keer heb ik het geluk dat hij de kant neemt waarin zich het hol bevindt zodat ik hem in al zijn doen en laten goed kan volgen. Bij het zien van al dat schoons stokt soms de adem in mijn keel. Het is zo bijzonder om getuige te mogen zijn van zo’n mooi en lenig diertje. In een mum van tijd heeft hij de drie meter hoogte tussen de grond en het gat van de nestholte overbrugt en verdwijnt opnieuw in het nest en komt even later weer met een gedode spreeuw in de bek tevoorschijn. In een ruk rent hij weer naar zijn. Nog een keer wil ik het tafereel aanschouwen en wederom gebeurt bijna hetzelfde als de voorgaande keren. Ik vraag me of de hermelijn kan tellen. Ik zie dat ze haar kopje uit het gat steekt. Deze keer bengelt er geen dode spreeuw in de bek. Nog even speurt hij vanuit deze hoge uitkijkpost de omgeving af. Opnieuw duikt ze terug in de holte. Nu blijft langer in de holte dan de vorige keren. Zonder prooi verschijnt ze in de nestopening en roetst naar beneden om in de hoge begroeiing te verdwijnen. Terwijl de ouderspreeuwen al die tijd luidkeels hun ongenoegen kenbaar maakten, zingen de andere bosvogels, alsof er niets gebeurd is hun liedje. Een ding staat op dit moment voor vele dieren centraal: zorgen dat de soort in stand wordt gehouden en medelijden zoals mensen dat kennen komt in de natuur niet voor. Mensen vinden zulke taferelen meestal wreed en veroordelen dit gedrag op basis van menselijke gevoelens. De spreeuwen voeden hun jongen met allerlei insecten, wormen, rupsen en bessen. De hermelijn tracht voor haar jongen zoveel mogelijk voedsel te vergaren zoals in dit geval jonge spreeuwen om hun jongen zo snel mogelijk te laten groeien. Hoe sneller dieren zelfstandig zijn, hoe minder kans er bestaat dat ze ten prooi zullen vallen aan andere natuurlijke vijanden. Ook hermelijnen vallen ten prooi aan uilen en andere natuurlijke vijanden. Natuurtip: Let eens op de windbloeiers zoals, hazelaar en zwarte els, die stilaan gaan bloeien. Op de heemtuin bloeide begin januari de eerste hazelaar met zijn karmijnrode vrouwelijke bloemetjes. Deze hazelaar is altijd de eerste die bloeit, alleen dit jaar is hij vroeger dan ooit.

Terug naar overzicht