Ontmoeting mee ut Koeistouwerke

(21-04-2007) Als ik het dorp uitrij kom ik meestal langs een weike met schapen. De schapenlammetjes in ut schapenweike groeien met de dag. Meestal brengen ze de dag door met melk drinken, gras eten, slapen en dartelen. In ut schapenweike zelf is het in de afgelopen weken een komen en gaan van verschillende vogels geweest. Iedere vogelsoort vond er wel iets van z'n gading. De kauwkes kwamen samen met de eksters om wat plukjes wol, die ze zittend op de liggend rustend schapen, uit hun vacht plukten. De schapen deerde het helmaal niets dat de vogels de oude wollen, en straks veel te warme jas wat uitdunden. Een drietal zwarte kraaien draaiden de schapenkeutels om in de hoop enkele mestetende larven en wormen te kunnen verschalken. Regelmatig waren ze succesvol. Ik genoot met volle teugen toen een eksterpaar vanuit een van de hoge, de nu met rode katjes versierde populier, naar beneden zeilden om een deels lege frietzak leeg te halen die waarschijnlijk afgelopen nacht in het weiland bij de schapen was neergegooid. Het zou best eens kunnen zijn dat de frietzak uit een overvliegend vliegtuig was gevallen, dacht ik zo en zag het al voor me. Het ontlokte mij de zoveelste glimlach voor vandaag. Tijdens hun glijvlucht van de twee eksters, naar ut weike, leek de lange, anders zwarte eksterstaart, wel van paarlemoer te zijn toen deze door de zon werd beschenen. Hoe we het ook wennen of keren het blijven mooie, interessante en nuttige vogels. Ik vroeg me opnieuw af waarom wij mensen zo’n afkeer van de ekster hebben, alsof wij mensen heilige boontjes zijn. Zelf let ik altijd op de schoonheid en de functie van diertjes in het natuursysteem. Wij hebben immers het web van het leven niet geweven, wij zijn er slechts een draad van! Steeds meer spreeuwen bezochten het weike op zoek naar wat droge grassprietjes en 'n plukje wol voor het in aanbouw zijnde nest . Naast het bijeen sprokkelen van nestmateriaal was er ook af en toe tijd om een regenworm en een emelt naar binnen te werken. Deze spreeuwen waren al helemaal in hun broedkleed met hun gele bek, rode poten en het paarlemoerkleurige verenpak .Deze morgen verscheen er een oude bekende van me in ut weike: de witte kwikstaart. Ik vind het mooie en gelukkig algemene vogels zo’n koeistouwerke. Met z'n zwarte kopje, witte wangen, grijze rug, deels zwarte borst en witte buik is 't een opvallende verschijning. 'Het meest in 't oog springend is z'n lange zwart-witte staart die steeds maar op en neer gaat. Het wekt de indruk alsof ut koeistouwerke heel zenuwachtig is. Rennend vangt hij de opvliegende insecten. Deze witte kwikstaart dankt zijn streeknaam aan zijn gedrag. Ze lopen meestal tussen groepen dieren waaronder koeien. Telkens als de koe zijn poot verzet vliegen er insecten op en daar gaat ut koeistouwerke dan achteraan. Door achter en tussen de koeien te lopen stouwt hij de koeien als het ware op. Even rusten en weer rennend achter het zoveelste vliegje aan, en met succes. Al die jaren dat er schapen in ut weike grazen staat er in de hoek van ut weike ook een akkerkotje. Dit akkerkotje geeft de schapen onderdak bij regen, winderig en warm weer en om er tijdens de nacht te verblijven. Vanaf die tijd maken de koeistouwerkes er ieder jaar hun wat slordige uitziende nest op een van de balken. Opeens vliegt ut koeistouwerke naar ut akkerkotje strijkt neer op het dak, en laat zijn eenvoudige maar mooie liedje horen. En ja hoor, in ut weike strijkt een ander koeistouwerke neer tussen de grazende schapen. Onmiddellijk vliegt ut koeistouwerke van ut akkerkotje weg en strijkt neer in de buurt van de schapen. Beide vogels houden enige afstand van elkaar. Nu de schapen grazend rondtrekken vangen de koeistouwers de door de schapen opgejaagde insecten. Ik weet uit ervaring dat ze nog enkele dagen nodig zullen hebben om aan elkaar te wennen en daarna een paartje te vormen. Hoog boven me draagt tegen de strak blauwe lucht een gruttomannetje z'n wieto- wieto- wieto bruiloftsvlucht voor en dat is voor mij heel en heel mooi. Steeds meer kom ik tot het besef dat ik bevoorrecht ben om samen met andere levende wezens in dit leefgebied te mogen leven. Terug naar overzicht