Oktoberkuiereke

Auteur Mans de Jong

17 oktober 2007.

 Ook voor mij is mijn leefomgeving merkbaar veranderd. Mijn biologische klokje heeft mij gemeld dat ik een trui en jas moet gaan dragen. De zon komt later op en gaat veel vroeger onder. De zon is niet meer krachtig genoeg meer om mijn omgeving behaaglijk op te warmen net als een week of zes geleden.Veel ochtenden gaan gepaard met morgenrood, nevels en wolkenbanden. Duidelijk is de vogeltrek op gang gekomen. In de vroege nog schemerige ochtenden als ik op weg ben naar de heemtuin klinkt uit heel wat hoven de wat dwarrelende wijsjes van de roodborstjes. Hun wijsje breng ik in verband met een blad aan een boom dat zijn taak gedurende maanden heeft volbracht en nu dwarrelend onderweg is naar een plekske op Moeder Aarde. Moeder Aarde is één grote baarmoeder waarin en op allerhande leven ontstaat en ook weer wordt opgenomen om weer nieuw leven te baren. Hoog boven me hoor ik het grauw, grauw van overtrekkende grauwe ganzen. In de heemtuin heerst de voor mij bekende serene rust. Het is een echte paradeske waar rust, vredigheid en stilte heerst. Deze morgen is alles bezet met het zilver van de dauw die de nacht heeft gebracht. De nacht heeft de nog overgebleven vruchten en zaden voorzien van minuscule druppeltjes. In de knikkergrote en blauwberijpte sleedoornbessen weerspiegelt de omgeving, een omgeving waar het jonge zonlicht over zacht roze glijbanen mijn omgeving inglijdt om het in een sprookje te veranderen. Vanuit de strakke heldere waterspiegel van het ven stijgen de dunne nevels als doorzichtige gordijnen op om daarna weer te in damp op te gaan en op een andere plek weer te verschijnen. Het is het oude spel tussen water en zonnewarmte. De duizenden spinnen hebben de hele heemtuin overladen van een zilveren gewaad. De spinnen, zijn dit jaar weer succesvol geweest. Op een paar plekjes langs het pad hebben de vrouwtjes van de wespenspin meerdere cocons gemaakt en deze gevuld met honderden kleine eitjes. Het besef dat ergens in mei van het volgende jaar honderden jonge wespenspinnetjes de heemtuin als hun leefgebied gaan bevolken maakt me extra blij. Het eind september gezaaide koren is samen met ontelbare akkerbloemen gekiemd. In de resterende vorstloze tijd maken zij zich klaar voor hun bloeiperiode eind mei. De op het pad liggende bladeren knisperen onder mijn voeten. Een roodborstje in ut Holle weggeske zit op een lage tak te wachten totdat ik met mijn voet een stukje grond bladvrij maak. En meteen strijkt hij voor mijn voeten neer om snel een regenwormpje op te pikken en weer terug op dezelfde tak om het wormpje naar binnen te werken. Na de zoveelste keer een roodborstje te hebben gezien geniet nog steeds van zijn mosgroene rugje, de opvallende, donkere grote ogen en het borstje dat in mijn beleving niet rood maar van het mooiste oranje is. Uit de struikbegroeiing vliegen enkele koperwieken. Het zijn de kleinste lijsterachtigen en komen uit noordelijk Europa. Hun naam danken ze om de roodachtige kleur onder hun oksels. Ze doen zich te goed aan bessen en diertjes die tussen de afgevallen bladeren leven. Een van de groene kikkers laat een geluid horen dat lijkt op het geluid dat nieuwe leren schoenen maken. De knotelzen zijn bijna klaar voor de winter. Planten zijn levende wezens die toekomst gericht werken. In het voorjaar zijn de bloemen gaan bloeien, zijn de bladeren uit de knop gerezen, is er lengtegroei ontstaan, de zaden afgerijpt, de bloem en bladknoppen voor volgend jaar aangemaakt en netjes in schubben verpakt zodat de winter er geen vat op heeft. Als laatste halen ze de nog bruikbare voedingstoffen uit de bladeren en om deze op te slaan in knoppen en bast om deze bouwsteentjes in het lente weer aan te wenden om te groeien. Met een jonge bladknop in haar oksel zal het oude blad uiteindelijk loslaten om plaats te maken voor nieuw jong leven nu nog opgesloten in die fraaie beschermde knop. Het is de cyclus van het leven. Natuurtip: Let tijdens uw kuierkes eens op het vernuft van het inpakken van blad- en bloemknoppen.

Terug naar overzicht