Natuursprokkels Februari

(03-03-2007) Leonie van Hooijdonk uit Roosendaal. Zij ontdekte een torenvalk bij een torenvalkenkast die her en der in het landschap zijn geplaatst. Het zijn die rechthoekige kooien op een hoge paal. Deze noodnestplaatsen voor torenvalken dienen om in het gebied de muizenstand binnen de perken te houden. Vandaar dat deze kasten meestal in de buurt van fruitboomgaarden staan. Aya Kats uit Etten Leur. Vroeg me hoe men aan de streeknaam klamper komt en wat het betekent. Klaamper, want zo noemt men deze vogelgroep in de streek, is afgeleid van aanklampen en er bestaan duivenklaampers ( slechtvalk) en mussenklaampers (sperwer en torenvalk). Vroeger verwarden mensen de klaampers met elkaar. We mogen echter niet vergeten dat op een paar rijke mensen na, niemand in het bezit was van een vogelgids, laat staan dat je het veld in trok met een verrekijker rond je nek. De natuur intrekken was toch vooral voor de rijken en de arbeiders hadden wel wat beters te doen, Tegenwoordig kun je zo de benodigde informatie van het internet halen. Leo van de Berkenmortel uit Oudenbosch. Zag bij zijn bezoek aan het natuurgebied de Pannenhoef op 14 januari, een groene kikker zijn pad kruisen en vroeg zich verwonderd af hoe dat nou allemaal kon. Ook groene kikkers zijn net alle levende wezens door Moeder Natuur uitgerust met een biologisch klokje dat reageert op daglengte en temperatuur. Dit klokje zet kliertjes in werking die op hun beurt hormonen maken. Deze hormonen bepalen voor het overgrote deel wat levende wezentjes moeten doen. Zo is er een hormoon dat in de herfst tegen de groene kikker zegt dat hij een plekje moet zoeken voor de naderende winter. Een ander hormoon zegt hem weer dat de winter voorbij is en hij actief moet worden. Het ene hormoon drukt onder invloed van dat klokje het andere hormoon weg en maakt dit ondergeschikt. Ook groene kikkers doen aan risicospreiding als het om overwinteren gaat. Een groot deel overwintert in de modder, maar het andere deel overwintert op het land. Zo is uit onderzoek naar de groene kikkerstand, na de strenge en lange winter met veel sneeuw, van begin zestiger jaren, vastgesteld dat het overgrote deel van de in de modder overwinterende groene kikkers was doodgevroren. Door nu deels in de modder en deels op het land te overwinteren wordt het risico gespreid. Wij mensen gaan er nog steeds en dikwijls vanuit dat wij het spreiden van risico hebben uitgevonden, helaas voor ons bestaat dit verschijnsel in de natuur al heel lang. Wanneer de temperatuur nu plots zou dalen kruipt de bedoelde groene kikker weer gewoon onder in de modder of een vorstvrij plekje tussen de bladeren en mocht hij dit niet goed doen is hij ten dode opgeschreven en komen er in zijn plaats weer gewoon nieuwe jonkies. Moeder Natuur kijkt verder vooruit dan gisteren. Als zo’n groene kikker vroeger actief is dan onze kalender wordt het aanpassen. Het klokje heeft ook zijn eten slakjes, pissebedden, wormen en niet te vergeten de grote hoeveelheden dansmuggetjes geactiveerd. Groene kikkers eten alles wat beweegt en als het maar in hun bek past. Ze eten zelfs jonge muisjes, jonge watervogels en jonge groene en bruine kikkers. Appelvink. Zelf ontdekte ik op een van mijn kuierkes een zingende appelvink. Eerlijk gezegd moest ik wel efkes aan zijn zacht geprevel wennen, mijn verrekijker gaf uitsluitsel. Appelvinken zijn de grootste vinken in ons land. Naast hun mooie kleuren is de grote bek het opvallendst. Met deze kanjer van een nu nog witte bek is het een peulenschil om hazelnoten en kersenpitten stuk te knijpen om de echte pit op te eten. Onder invloed van zijn klokje zullen hormonen in de komende weken zijn bek van wit naar loodkleurig veranderen en zijn ze klaar voor de paarvorming. Bij de hofmakerij hoort ook het zo genaamde snavelkussen. Appelvinken leiden een teruggetrokken bestaan en vallen niet of nauwelijks op. Tjiftjaf in de Heemtuin Rucphen. Ik was aangenaam verast toen vrijdagmorgen 23 februari vanuit een statige berk het wijsje van de tjiftjaf klonk. Ik vroeg me af of het wel klopte wat ik hoorde. Alsof hij mij begreep, liet hij daarna het zachte wijsje nog enkele keren klinken. Zo vroeg in het jaar had ik hem nog nooit mogen ontmoeten. Ik was diep geroerd toen hij meerdere keren zijn eigen naampje voordroeg. De tjiftjaf is de eerste vogelsoort die vanuit Zuid-Europa , waar zij overwinteren bij ons terugkeert en in feite het voorjaar aankondigt. Mijn vader noemde hem overdekkerke. De tjiftjaf heeft deze streeknaam te danken aan de manier waarop en hoe ze hun nestjes bouwen. Ze overdekken hun nestje met een kapje van tuk (droog gras). Natuurtip: Ga in de komende weken eens extra op de vogelzang letten. Terug naar overzicht