Genieten van de paarse sprei

(17-08-2007) Zelfs voor mij blijft de Rucphense Heemtuin ut mooiste paradeske. Deze Brabantse natuur en landschapstuin is altijd een verrassing. Op ruim 20.000 vierkante meter is de afspiegeling te zien van het Brabantse landschap van begin jaren vijftig. Het toont een beeld van het landschap met de toenmalige begroeiing. In het wilde Bloemen-paradeske bepalen de kleuren paars, geel, blauw en wit het landschap.De hei ligt als een warme paarse sprei over een gedeelte van de tuin. De heide is een begroeiing die tot 1900 de spil van het landbouwsysteem was. De komst van de kunstmest bracht daar verandering in. Langs de randen van de vochtige en droge hei is het warme geel van het schermhavikskruid en het intense blauw van de blauwe knoop in ruime mate aanwezig. De schoonheid van de blauwe knoop roept de herinnering op aan de tijd van toen vochtige en onbemeste weikes nog werden gebruikt als hooiland. In deze weikes groeide ooit de fine fleur van onze wilde bloemen. Bijna alle soorten die daar ooit groeiden staan helaas op de rode lijst. Niet voor niets kregen deze weikes het predikaat blauwgrasland. De vele wilde bloemen hadden een blauwe bloemen of een blauwgroene kleur. Blauwe knoop is samen met wilde bertram meestal de laatste soort die is overgebleven en de herinnering oproept aan weleer. Tijdens het kuierke is deze blauwe parel volop te ontmoeten. Blauwe knoop is zeer geliefd bij vlinders, hommels en de kleurrijke zweefvliegen. Het is voor mij een periode waarin ik iedere dag al kuierend de halve bolletjes van de blauwe knoop kan en mag strelen. De smaak is erg zoet. De kronkelende beekjes en Sijpeltjes worden op hun weg naar het Venneke begeleidt door het vele paarse van kattenstaart en leverkruid. Her en der steekt de wilde bertram z’n kopje op en zorgt voor een vleugje wit tussen al dat paars. Het arm en natte beekdalleke wordt opgesierd door het immer glinsterende zilver van de roze zonnedauw. Dit kleine roze plantje vult haar buikje met insecten die haar bezoeken om van dauwdrupjes te drinken. Haar kleverige drupjes zijn een dodelijke val voor kleine insecten, maar ook voor libellen en zelfs vlinders. Boven het heldere water van de beekjes, poelen en venneke stoeien waterjuffers en libellen. Zij vertrouwen op hun eigen manier hun eitjes toe aan het levenbrengende water. Zij hebben er alle vertrouwen in dat Moeder Natuur voor de verdere ontwikkeling zorg zal dragen. Zodat het volgens seizoen opnieuw zulke mooie en tere wezentjes het water verlaten met de erfelijke eigenschappen van hun ouders in zich dragend. Deze diersoorten zijn niet alleen kwetsbare en wonderschone wezens uit verhalen en gedichten. Met wat geduld zijn ze in deze Hof van de glimlach te bewonderen. Moeder natuur heeft ze bedacht met de meest fraaiste kleuren geel, groen, blauw en rood. Tot nu toe zijn er maar liefst 24 libellen en waterjuffersoorten waargenomen. In de afgelopen 24 jaar heeft de Heemtuin zich ontwikkeld tot een Paradijselijk plekske, waar steeds meer levende wezentjes een welkom vinden. Een plekske waar wij mensen te gast mogen zijn om te kunnen genieten van al dat moois wat de Moeder van alle moeders ooit heeft geschapen. Het is voor Nederland een unieke gebeurtenis dat mensen van een sociale werkvoorziening een wilde Bloementuin aanlegden, onderhouden en beheren. Hij behoort tot een van de mooiste wilde bloementuinen van Nederland en Vlaanderen en is uitgegroeid tot het wilde bloemenhart in West Brabant. Natuurtip: Bezoek ut paradeske om u vol te zuigen met zomerse schoonheid. Terug naar overzicht