Een vroege ontmoeting met "ut overdekkerke"

(01-04-2007) Samen hand in hand met mijn vader op pad door het zandweggeske vlak achter ons huis. Mijn kleine kinderhandje veilig opgeborgen in zijn ruwe werkhand. Plotseling stopte hij en keek naar de bloeiende appelboom. “Ik hoor ut overdekkerke”, fluisterde zachtjes, bang dat ut overdekkerke zou wegvliegen. Hij zocht met zijn lichtblauwe ogen ut overdekkerke op, ging op zijn linker knie zitten en zei: “Kom us op m’n knie zitte jongeske". Vervolgens tilde hij mij op en zette mij op zijn knie en trok mij tegen zich aan. Hij boog zijn linker wang tegen mijn rechter wangetje en wees naar de appelboom waarin ut overdekkerke vliegjes achterna zat. Nu nog koester ik de warmte van zijn wang en ruik ik de geur van zijn pijptabak. Want af en toe rookte hij in alle rust zijn pijp. En telkens als het tjiftjafke voor het eerst terugkeert, keert deze prachtige herinnering weer. Hij was het ook die mij het eerste nestje van zijn overdekkerke aanwees dat verborgen lag onder een overhangend graspolleke van een smal slootje. De tjiftjaf heeft deze streeknaam te danken omdat ze boven hun nestje een kapje van tuk (droog gras) maken. Het is de mooie zachte en zonnige morgen van 23 februari. In de Heemtuin klinken de wijsjes van vinken, heggenmusjes, winterkoninkjes, pimpel- en koolmeesjes, grote en zanglijster. Het lijkt en voelt aan als een groot voorjaarsfeest. Sommige vogels zoeken al dorre grasjes en ander nestmateriaal. Voor me zelf heb ik het gevoel dat het al half maart is. Een koppeltje staartmeesje heeft ook dit jaar een jeneverbes uitgezocht om er te nestelen. Al een paar keer heb ik ze aan een velletje berkenschors zien bungelen om dit, onder hun geringe gewichtje los te scheuren. En telkens lukt ze dat uiteindelijk om er daarna vliegensvlug mee naar de jeneverbes te vliegen. Tegen twaalven loop ik nog efkes naar buiten om iemand uit te laten. Op het moment dat ik buiten sta en een poging doe om van al het goede en mooie te genieten als er plots het wijsje van de tjiftjaf klinkt. Ik kan mijn oren nauwelijks geloven. Enig speurwerk in een van de oude berken levert naast het tjiftjafke ook weer zijn wijsje op. Mijn "Mansgevoel" viert hoogtij. Gevoelsmatig zingt hij wel een minuutje. Bovendien kan ik mijn geluk met mijn gast delen. Door zijn eigen naam te roepen is de tjiftjaf gemakkelijk te herkennen. Die middag wisselde hij het zoeken naar eten rondom de bladknoppen van de berken af met zijn heel eenvoudige en aparte wijsje. Zo vroeg in het jaar had ik hem nog nooit mogen ontmoeten. De tjiftjaf is de eerste vogelsoort die vanuit Zuid-Europa , waar zij overwinteren, bij ons terugkeert en in feite het voorjaar aankondigt. De zang van het tjiftjafke roept onmiddellijk de herinnering op die gebeurtenissen met mijn vader. Vorig jaar klonk pas op 12 maart vanuit een bloeiende sleedoorn op de Heemtuin zijn "tjif tjaf"-wijsje. Mijn vroegste waarneming stamt uit 1981 toen ik in ut Sprundels Bos vogels telde. Hij "tjif-tjafte" toen vanuit een oude, fraai bloeiende gele kornoelje die pal achter de pastorie stond. Ik heb er toen een tijdlang naar gekeken en was opnieuw in vervoering door de handige en speelse manier waarmee ut tjifke zijn insectjes achterna zat, ze ving, maar ook steeds weer zijn wijsje liet klinken. Efkes naar beneden om uit een hardstenen waterbakje, gevuld met water, zijn koele drankjes schepte. Op een gegeven moment heb ik samen met de naar buiten gekomen, nog wat slaperige pastoor, genoten. Hij was na zijn middagmaal, lekker van achter het door de maartse middagzon beschenen raam, zittend in zijn gemakkelijkste stoel, in slaap gesukkeld. Bij zijn ontwaken had hij, zij het nog een beetje versuft, mijn aanwezigheid opgemerkt en had dit zijn Sprundelse nieuwsgierigheid geprikkeld. Beide spraken we over zo’n klein wondertje van Moeder Natuur. Nadat we beide met oudoe uiteen gingen bleven mijn gedachte toch nog een tijdje bij ut tjifke. Tientallen jaren trekken in een flits aan me voorbij. Het is en blijft inderdaad een klein wonder dat een elf centimeter klein pluimenbolletje, van een grammetje of tien, zo'n grote afstand kan overbruggen met als brandstof insecten die hij onderweg weet te tanken. De weg vragen is er ook niet bij, de weg hebben ze van hun ouders geleerd. Hun drang om voor nageslacht te zorgen moet wel erg groot zijn. Vele onder hen zullen nog doorvliegen naar het noorden van Europa om daar te broeden. Ik heb ze al duizenden keren, meestal met behulp van mijn verrekijker bekeken, en zag ik dat zij met zijn kleine bekjes de uitlopende knoppen en knopschubben onderzochten. Het zijn prachtige wezentjes die gehuld zijn in een vaal gelig verenpakje. Af en toe klonk ook hun "fweet-fweet"-roepje. Ik kon ook goed zien dat er boven hun oogjes een klein licht geel streepje zat. In de Heemtuin laten we heel bewust wat dorre graspolletjes tussen de struiken en brembezies staat omdat ze daar graag in nestelen. Ook oude hoge heiplanten met daarin buntpollen zijn heel geliefd. Vaak na een week na aankomst en een gevonden partner starten ze al met de nestbouw. Mijn gedachten gingen terug naar vorig seizoen toen een paartje tjifkes hun nestje hadden gemaakt onderin een grote buntpol tussen de brembezies. Dagenlang sleepten ze droge grasjes en kleine pluimpjes aan voor het bouwen van het nestje. Na veertien dagen broeden kwamen de vijf eitjes uit. De gehele zomer heb ik van hun zangetje en hun aanwezigheid genoten. Als er natuurlijke vijanden of een poes in de buurt van hun nestplekje kwamen lieten ze hun alarmroepje horen. De wens van mijn gedachte is dat er ook dit jaar meerdere tjifke in "ut West Brabantse Paradeske" een plekje weten te vinden. Natuurtip: gelukkig is de tjiftjaf een algemeen vogeltje en komt het tot zelfs in uw berk of ander boom in uw tuin. Neem dus de tijd, luister en observeer de tjiftjaf.

Terug naar overzicht