De vink in mijne hof

(26-05-2007) Als ik vanuit het slaapkamerraam naar buiten kijk zie ik dat de platte daken bij de buren wit gevroren zijn. De vijvertjes in den hof zijn voorzien van een ijsschilletje. Vanaf het dak zingen twee mannetjesspreeuwen hun mooie liedje. Het ka ka ka van de kauwkes verveelt me nooit. In het topke van de eik die achter de garage staat klinkt het zachte maar oh zo mooie liedje van het heggemuske. In de berk bij de buren zit een mannetjesvink en ook hij laat zijn sprankelende liedje horen. Mijn ogen dwalen af naar het oosten en ik zie dat de koperen ploert nog niet op is. Het is raar maar waar.Ik heb in de nacht van zaterdag op zondag de klok een uur vooruit gezet. Het gevolg van deze verandering voor mij is dat ik een dag of tien de zonsopkomsten vanuit mijn slaapkamer zal moeten missen. In de heemtuin is het een hele mooie en bijzondere dag voor me geweest. Tijdens het naar huis fietsen merk ik dat de temperatuur milder is dan de voorgaande dagen. Aan de lucht verschijnen de eerste wolkenflarden die zich als een wollen deken over de blauwe lucht heen schuiven. Thuis gekomen geniet ik eerst van de wilde narciskes, de holwortels maar vooral van de bloeiende sleedoorn. Helemaal overdekt met zijn smetteloze witte bloemen lijkt ook hij net als een mensenbruidje bruiloft te vieren. In de eik zingt de mannetjesvink. Om halfzeven is mijn haar en mijn baard gekortwiekt en dus is het tijd om in den hof te gaan zitten. Lekker m'n jas aan, de verrekijker rond m'n nek en de makkelijke stoel in, die achter bij mij in de hof staat. Ik kijk uit over de gehele hof met daarin de twee kleine vijverkes met op de achtergrond de oude berk van de achterburen. Het weer voelt zo zacht en mild aan dat ik er mijn Mansgevoel van krijg. Bijna onophoudelijk zingt de vink vanuit het topke van de eik. Het raakt me tot in het diepst van mijn Mans zijn. Ik krijg de stille hoop, dat na meer dan 25 jaar wachten, het eerste vinkenpaar zich bij ons in den hof zal vestigen. Al weken is er ook een vrouwtjesvink. Even later zet de vrouwtjesvink zich bij een van de vijvertjes neer en drinkt haar buikje vol. Het drinken schijnt erg aanstekelijk te werken want even later verschijnt ook het roodborstje. Het roodborstje zet zich op een afgebroken stengel van de grote lisdodde die boven het water hangt neer en vult zijn oranjerode buikje. Alsof dat niet genoeg is verschijnen even later 'n heggemuske, 'n merel, 'n spreeuw en een huismus voor een koel slokske. Mijn vrouw roept me om even naar binnen te komen. Als ik terug buiten kom hoor ik de regenroep van de vink. Deze roep heeft niets met regen te maken, ze laten deze roep horen als ze verontrust zijn. Ik probeer er achter te komen wat er gaande is. Vanuit de berk klinkt plots de zang van een ander vinkenmannetje. De vink in de eik verlaat zijn zangpost en vliegt in de richting van de andere vink. De laatste neemt de wijk. Als teken van zijn overwinning draagt hij minutenlang zijn mooie liedje voor. Wat later zet het vrouwtje zich neer in de gagelstruik, onmiddellijk gevolgd door het mannetje. Ik kan ze door mijn verrekijker zien en als het ware aanraken. Mooi roodbruin is de borst van het mannetje, de bek is loodkleurig terwijl het kopje mosgroen van kleur is. Opnieuw bekruipt me de gedachte, de vurige wens eigenlijk, dat ze hier in den hof zullen nestelen. Al een jaar of tien blijft er een vink tot half april in den hof achter. Nog nooit was er een koppeltje. Ik hoop binnen veertien dagen uitsluitsel te krijgen. Het gevoel dat ze dit jaar zullen blijven is afgelopen zondag versterkt toen ik waarnam dat het vrouwtje vezeltjes lostrok van onze druivenstruik en daarmee naar een ceder bij de buren vloog. Hier en daar starten de merels hun avondlied. Tegen acht uur ga ik naar binnen voor een kommeke koffie. Rond halfnegen is er een onweerstaanbare drang in me om terug naar buiten gaan. Eenmaal buiten zie ik dat het dwergvleermuisje achterin den hof rondfladdert. Na wat gefladder achter in den hof komt ze tot op anderhalve meter steeds langs me heen vliegen. Ik vraag me af waar ze de afgelopen winter heeft gezeten. Ik heb het gevoel dat ze me wil laten zien dat ze er weer is. Ik hou er in ieder geval een lekker gevoel aan over. Rap naar binnen om de batdetector. Ik wil haar horen. Onmiddellijk rollen de knikkers via het apparaat in mijn oren. Even later zwenkt ze om de berk en verdwijnt. Ik kuier tot achter in de hof en ineens klinkt het via de batdetector takke tak. Het is het geluid van een laatvlieger. Heel even vang ik een glimp op van de laatvlieger. Iedere keer als ik een ontmoeting met vleermuizen heb bezorgd me dat altijd mijn Mansgevoel, een gevoel van geluk en vredigheid. Terwijl ik de klink van de deur vast pak de deur open en naar binnen ga pienkt er een merel vanaf de nok van het dak. Het is kwart voor negen. Ik besluit m'n belevenissen van deze dag en in het bijzonder van deze avond op te schrijven. Als ik de eerste inkt aan het papier toevertrouw klinkt vanuit de hoge douglas in den hof de zang van de zanglijster. Tegen negen uur zwijgt ook de zanglijster. De tafel staat al klaar voor de dag van morgen. Terwijl ik de laatste zinnen opschrijf kruipen drie mieren over mijn papier in de richting honingpot. Wonderlijk is het leven op z'n minst. Natuurtip: Let eens op de bedelroepjes van jonge vogels.

Terug naar overzicht