De teloorgang van Bakkermeer (slot)

Auteur Mans de Jong (19-12-2007)

De vliegdennen noem ik liever kwarren. Het past wat beter bij de streek en zijn taal. Ik herinner me deze paarse gloed nog uit de tijd dat ik, als jong manneke, hier vogelnestjes kwam zoeken en in de vennetjes de zwemkunst beoefende. De meeste kwarren zijn bij een brand in het voorjaar van 1978 verloren gegaan. De overgebleven kwarren verdwenen bij een beheersbrand, toen de Patershei in eigendom kwam van Natuurmonumenten. De beheerder vond dat de heide afgebrand moest worden. Kennelijk had hij tijdens zijn studie ooit gelezen dat men vroeger, als beheersmaatregel, de heide afbrandde. Wij hadden hem van tevoren gewaarschuwd dat de korhoenders onder deze kwarren hun toevlucht zochten. De hitte die tijdens het afbranden vrijkwam, verschroeide de kwarren. Enkele weken na de brand was hun grijsgroene kleur in roodbruin veranderd. Harrie merkt op dat wij dankzij deze beheerder op deze plaats zelfs niet meer van de boompiepers kunnen genieten. We hebben samen ontzettend dikwijls van dit sober gekleurde vogeltje genoten. Vaak, zittend in het topje van een kwar, steeg hij op om met trillende vleugeltjes en zijn staartje omhoog als een parachuutje in een van de boomtopjes terug te keren. Tijdens deze bruiloftsvluchten klonk zijn liedje dat onlosmakelijk met de Patershei verbonden is. Het neerdalen in een van de kwarren is niet meer. Al kuierend wordt onze aandacht getrokken door een miauwende buizerd. Het blijkt de bijna witte buizerd van daarstraks te zijn. Samen kijken en genieten we minuten lang van de buizerd. Harrie ontdekt een mannetje van de roodborsttapuit op een afrasteringpaaltje. Wat verderop zit een vrouwtje. We vinden het verrukkelijk dat er op de heide een paartje aanwezig is. We nemen alle tijd om hen te bekijken. Steeds weer opnieuw vliegen ze, vanaf het paaltje naar de grond, snel een insect of rupsje oppikken en terug op het paaltje of het gaas. Zwijgzaam genieten we ervan. Ik kan ons geluk vergelijken met dat van een kind dat voor het eerst een fiets krijgt. We hebben beiden altijd al een warm plekje in ons hart voor dit vogeltje gehad. Het hoort bij ons en bij onze geboortestreek. Het "karrekietje", zoals wij het hier noemen, was een onderdeel van onze streek en dat willen we in de toekomst graag zo houden. Ons genieten wordt even onderbroken als het klokje van de paters twaalf uur klept. We besluiten terug te kuieren. Halverwege de heide laat de boomvalk zich zien. In zijn bekende kwikzilveren vlucht verdwijnt hij in de richting van de Hazemeiren. Bij het hek aangekomen zie ik dat een deel van de kruin uit de spontaan ontstane eik is gezaagd. Het blijft voor mij onbegrijpelijk waarom mensen van Natuurmonumenten het hek niet wat verplaatst hebben in plaats van deze mooie eik van zijn schoonheid en karakter te beroven. Ik heb het idee dat zulke mensen erg arm zijn en voorbij gaan aan veel natuur- en landschapsschoon en de beleving daarvan.Ik heb weinig beheerders ontmoet die ik gedreven kan noemen. De onvoorspelbare vlucht van de blauwtjes laat mijn opwinding over de eik snel omslaan in opwinding over hun schoonheid. Samen de fiets op en naar huis. Ik ben een ervaring rijker, een ervaring die nooit meer uit mijn herinnering is weg te poetsen. Ik heb dit verhaal bewust, steeds in kleine fragmentjes, opgetekend zodat ik er telkens opnieuw van heb kunnen genieten. Vanuit het klad heb ik het gebeuren op 14 en 15 december 1995 opgetekend. Ik heb alles nog eens opnieuw beleefd alsof het me weer overkwam. Ik voelde het geluk, de pijn, de boosheid, de ontroering die brok in mijn keel, het wellen van het water in mijn ogen. Kortom ut ”Mansgevoel”. Voor mij betekent dit: ”LEVEN” Al deze gebeurtenissen geven mij, telkens opnieuw, de kracht om zoals ik het noem, over de schutting van het leven te kijken, iets wat ik de Toekomst noem. Onder aan de bladzijde vind ik de aantekening dat ik op 17 augustus 1993 voor het eerst enkele bloeiende planten van parnassia langs het sijpelbeekje in de Rucphense Heemtuin heb ontdekt. Het zijn en blijven voor mij de alledaagse kleine dingen die het leven op Moeder Aarde draaglijk maken.

Terug naar overzicht