De teloorgang van Bakkermeer (4)

(11-12-2007) Ik voel me intens gelukkig en vind het jammer dat Harrie deze taferelen heeft moeten missen. M'n gedachten gaan terug naar de zeventiger jaren, naar al dat moois dat ik samen met de anderen in Bakkersmeer heb mogen meebeleven. Het waren hele mooie momenten. Na mijn mijmering merk ik dat een van de torenvalkjes weer staat te bidden. Door de kijker zie ik hoe het zonlicht zich, op een hele aparte manier, door zijn vleugels prikt. Het is zo apart. Op mijn knie zet zich een atalanta neer. Als ik een blinddaas van mijn slaap wegjaag, vliegt door deze beweging de atalanta weg en zet zich neer op een van boekweitbloemetjes. Rondkijkend geniet van de mooie lucht en het landschap. Ik voel me verbonden met het leven op Moeder Aarde. Ik besef eens te meer dat ik er een klein onderdeeltje van mag zijn. Na een tijdje besluit ik om naar mijn fiets te kuieren. Op het hoogste punt van het zandpad te zijn gekomen, kijk ik, in alle rust, nog eens naar de Kerstendijk en het Heiblokske. Ik mis de 26 eikenbomen langs de voormalige zandweg Kerstendijk. De mensen in Sprundel noemden deze zandweg Kesselsdijk. Het was een zandweg die al meer dan 400 jaar door de mens in gebruik was moest van de kaart voor nog meer gras, melk, vlees en stront. Op deze plek waar de liefdesliedjes van de schrijver, grasmus, roodborsttapuitje, paapje en gele koeistouwer het voorjaar aankondigden, klinkt nu het geraas van een trekker. Bakkersmeer lijkt op sterven na dood te zijn. Ik herinner mij nog eens dat ik verschillende keren het geluk heb gehad om daar oog in oog te mogen staan met de kuikentjes van korhoenderhennetjes. Ze heel efkes maar in mijn hand te hebben mogen houden. Een gevoel dat ik nooit meer zal vergeten. Het is niet meer. Een zwarte kraai laat een voor mij bekend geluid horen. Dit specifieke geluid duidt op de aanwezigheid van een roofvogel. Een torenvalkje wordt achterna gezeten door een bijna witte buizerd. De buizerd heeft een wit onderlijf, witte kop en een witte staart. Zijn bruine vleugels hebben zelfs een witte boeg. Ik heb de stille hoop dat hij in mijn richting komt. Boven het schuilkotje zweeft hij, in grote cirkels, naar grote hoogte en onnavolgbaar voor de kraaien en het torenvalkje. Op het hoogste punt gekomen, trekt hij zijn vleugels tot bijna tegen zijn lijf en drijft in deze typische houding met grote snelheid af in de richting van Sprundel. Voor de zoveelste keer knijp ik me in mijn arm. Ik ben echt wakker en sta op het hoogste punt van de vroegere bolderplaats in Bakkersmeer. Ik blijf het jammer vinden dat andere mensen niet deelgenoot mogen zijn van al deze belevenissen. Als ik bijna bij de fiets ben aangekomen komt Harrie er net aan. Na in het kort mijn belevenissen aan Harrie verteld te hebben, besluiten we een kuierke over de Patershei te maken. Al kuierend naar de heide halen we herinneringen op die betrekking hebben op de omgeving van het Smidsmasje. Als vast onderwerp voeren we de ransuil op die, bijna altijd, in de omgeving van dit bosje te bewonderen was. Tot voor een jaar of vijf geleden bestond het Smidsmasje uit grove dennen. Later is het gekapt en beplant met berk. In het westelijke bermke bloeit de struikheide. Een tiental oranje zandoogjes dwarrelen rond en op de heidestruikjes. Sommige heideplantjes zijn door de vreterij van konijnen niet hoger dan tien centimeter. Hier en daar vliegen boom-, Icarus- en heideblauwtjes. Voor we de Patersheide betreden, vallen ons twee zaken op. Het linker gedeelte van de heide, dat enkele jaren geleden machinaal is geplagd, ligt als een paarse deken in de zon te koesteren, maar mist de karakteristieke vliegdennen. Zij zijn door een verkeerd geplande heidebeheersbrand van Natuurmonumenten in vlammen opgegaan. Deze vliegdennen, die in mijn streek kwarren worden genoemd, waren vooraf geselecteerd en moesten behouden blijven. Het zoveelste leefgebiedje dat verloren is gegaan. Terug naar overzicht