De ruuk van ut vlwoojekruid

Auteur Mans de Jong  04-10-2007

Voor het eerst dat ik kennis maakte met ut vlwoojekruid was het moment waarop ik met mijn oudere broers mee mocht naar de Lokker. Gagel groeide toen nog gewoon langs vochtige paadjes aan de rand van de Lokker en in grote hoeveelheden in de Lokker en Kleine Lokker zelf. Mijn oudere broers noemde deze dwergstruik vlwoojekruid. Deze naam hadden ze van mijn vader. Hij had mijn broers geleerd dat als je aan de blaadjes wreef er een lekkere, wat harsige geur, vrijkwam en die licht plakkerig op je handen achterbleef. De mensen gebruikten hun vlooiekruid om luizen en vlooien uit hun bedstee te verjagen. Het was in een periode dat DDT en andere insectendodende middelen niet bestonden en je moest toch wat. Voor de grote ontginningen was Brabant het domein van gagel. Omdat Brabant zo rijk was gezegend met duizenden vennen, groeide langs deze vennen altijd gagel. Gagel groeit op zure, vochtige en matig voedselarme plekken. In de ondergrond bevindt zich leem waarin meestal kwelwater opstijgt. In zomer houdt gagel van wat drogere voetjes dan in de winterperiode. In de winter staat er soms wel tientallen cm. water op zijn voetjes. Omdat op de zure groeiplaatsen weinig stikstof aanwezig is, is gagel in staat om met behulp van een bacterie, dat zich in knolletjes van zijn wortels bevindt, stikstof uit de lucht bindt, om zich op zulke plekken te kunnen handhaven. Het is in april als de dan nog bladerloze gagel bloeit. De warme bruinrode kleur van de bloeiende mannetjesstruiken is een lust voor het oog en doet, althans voor mij, al zomers aan. Zijn kleur wordt vaak ondersteund door hemelsblauwe luchten die vergezeld worden door sneeuwwitte stapelwolken. De vrouwtjes gagelstruiken bloeien minder opvallend maar bloeien met prachtige karmijnrode bloemetjes. Onder een vergrootglas bekeken blijkt dat de vrouwelijke bloemetjes uit tientallen vochtige karmijnrode tongetjes bestaat. De vochtigheid van de tongetjes dient ervoor om het droge stuifmeel vast te kleven waarna de bevruchting plaatsvindt. Gagel is net als de hazelaar een windbloeier. Het licht stuifmeelpoeder heeft meer kans om op de vrouwtjesbloemen terecht te komen als er geen bladeren aan de struiken zitten. Uiteraard een slimme oplossing van Moeder Natuur. Als eenmaal de bloei voorbij is verschijnen de bladeren waarop harskliertje zitten. Wanneer je met je hand over de blaadjes wrijft komt de kruidige, wat harsige geur vrij. In de periode tussen eind april en augustus geurt de gagel zo sterk dat hij al op tientallen meters waar is te nemen. Het wat broeierige weertype zorgt voor dat de kliertjes een optimale verdamping hebben. Het is de geur van het moeras. Vooral op vochtige en zwoele ochtenden is gagel het een zegen voor de neus. Gagel brengt de geur aan het moeras. Ook de zadendozen en de zaden zelf bezitten deze harsklieren. Gagel werd vanaf de middeleeuwen ook gebruikt voor het brouwen van bier. Naast gerst als grondstof voor het brouwen van bier werd gruit toegevoegd. Gruit was een kruidenmengsel dat voornamelijk uit gagel bestond. Gruit werd gebruikt voor smaakverbetering en houdbaarheid van het bier, maar ook om de gisting van het brouwsel te bevorderen. Om gagel te mogen verzamelen moest men aankloppen en daarvoor betalen aan de eigenaar van de gronden waarop gagel groeide. Gagel verloor zijn rol in de bierbereiding toen men de eigenschappen van hop ontdekte. De laatste jaren is er weer gagelbier op de markt. Daarnaast werden vroeger gagelbladeren gebruikt als geneesmiddel tegen o.a. huidziekten. Dit middel droeg de naam Brabantse myrte. Een andere naam voor dit middel was “Drentse thee”. Onze zuiderburen gebruiken gagelbladeren nog steeds voor de bereiding van bepaalde vleesgerechten. Gelukkig zijn er in onze streek nog aantal natuurgebieden waar we ut vlwoojekruid te kunnen ontmoeten! Natuurtip: Bezoek eens plekken waar gagel groeit, zoals de Rucphense heemtuin, en geniet van zijn harsige lijfgeur. Let ook eens op de namen waarin het woord gagel is terug te vinden.

Terug naar overzicht