De Lokker op de Pannehoef

(07-10-2006) Ik had een tijdje geleden beloofd om de komende tijd het een en ander over de Flesch en de Lokker op de Pannenhoef te vertellen. Deze keer wil ik u graag meenemen naar de Lokker. De Lokker is gelegen in een laagte in het landschap ten zuiden van Sprundel. Tot 1938 kronkelde de Bieloopbeek door deze laagte. De Bieloopbeek ontspringt enkele kilometers westelijk in het natuurgebied de Tachtig Bunder, op het landgoed de Moeren, nabij het Trappistenklooster. Daar welt het ijzerhoudende water aan de oppervlakte en vormt het een klein smal slootje dat zich onderweg verbreedt om vervolgens de Pannenhoef te doorsnijden. Een gedeelte van haar "leven brengende water" liet de Bieloopbeek, zoals de mensen de Bijloop in mijn streek noemen, achter in deze laagte. Het meeste water van de Bieloopbeek bestond dus uit kwelwater. Kwelwater is regenwater dat ooit ergens is gevallen en over allerlei ondergrondse klei- en leemlagen stroomt. Deze klei en leemlagen liggen als een soort heuvellandschap onder de grond. In de omgeving van de Tachtig Bunder en de Pannenhoef komen deze leemlagen tot aan de oppervlakte. Het daar overheen stromende water werd hier omhoog gedrukt en welde tot boven de grond en vormde in honderden jaren de Bieloopbeek. In de tijd baande het water zich een brede weg door het lager gelegen landschap. Door inschuring is het dal van de Bieloopbeek ontstaan en kwam de Bieloopbeek als een smalle beek onder in het beekdal te liggen. In tijden van veel regen vulde de Bieloopbeek zich als een brede stroom. Overtollig water werd in deze laagte achtergelaten en vulde de Lokker. Mijn vader, maar ook anderen, vertelde mij dat in tijden met veel regen de Lokker uitgroeide tot een ven van meer dan honderd hectare. In de zomer was er meestal dertig hectare water. De Lokker was rijk aan plant- en diersoorten. Het gebied was uniek in zijn soort in de streek. De schaarse natuurliefhebber van toen moet enorm genoten hebben van zoveel weldaad in de vorm van de grote variatie aan plant- en diersoorten die er voorkwamen. Ik heb het geluk gehad dat ik een aantal keren met een van deze mensen heb gesproken en deze verhalen hebben mij laten proeven aan wat voor een rijkdom aan leven daar geweest ooit was. In de zo-mer roeiden, zwommen, visten en speelden er mensen. De mensen leefden in een wat je zou kunnen noemen harmonie met de natuur. In het ondiepe gedeelte van het ven groeiden soorten als wollengras-sen. Na de bloei sierde de natuur wollengrassen met maagdelijk wit vruchtpluis. De mensen noemden dit vruchtpluis Lok. Zo zou de naam Lokker zijn ontstaan, maar er zijn ook andere lezingen voor de naam. Wat ik me ook herinner dat toen al oude Sprundelaren met zoveel respect en liefde over hun Lokker spraken. Het had iets mysterieus, iets belangrijks en het had vooral hun sympathie. De omgeving van de Lokker bestond uit droge, vochtige en natte heide. Verspreid, lagen kleine vennen. Op de heide groeiden behalve bunt ook vele kwarren. De wind had het zand tot hoge zandkoppen geblazen. Op de droge heide met kwarren koerden, sisten en bliezen, in de vroege lentemorgens de zwarte korhanen. Op zwoele zomeravonden en nachten klonk er de ratelende liefdeszang van de geitenmelkers. Dit is de streeknaam voor nachtzwaluw. Het was een ruig landschap wat nog het best valt te vergelijken met dat van de Peel. In de dertiger jaren vormden en aantal menselijke activiteiten er voor dat de Sprundelse pastoor besloot er alles aan te doen om de Lokker te laten verdwijnen. Er zouden half naakte en naakte mensen zijn gesignaleerd die er zelfs de liefde bedreven. Hij was het die het voortouw nam en die de teloorgang van de Lokker inluidde. Wat Moeder Natuur in tijd had geschapen, werd in 1938 voorgoed vernield. In dat jaar werd de Bieloopbeek vergraven, verlegd en uitgediept. De Bieloopbeek werd als levensader van zijn schoonheid ontdaan en voerde het water uit de eens zo rijke Lokker voorgoed mee richting Mark. De hoge zandkoppen werden afgegraven. Met het vrijgekomen zand werd een groot gedeelte van de Lokker gedempt. Het overgrote gedeelte veranderde in landbouwgrond. Het koeren, sissen en blazen van het korhoen werd ingeruild voor het geloei van koeien. Misschien dat de Sprundelse pastoor dit beoogde en waren niet de vrijende jongeren hem een doorn in het oog. Het waren immers de geestelijken die de mensen van toen aanzetten tot het veelvoudig krijgen van kinderen en daar moet je toch eerst de liefde voor bedrijven.Sinds 1998 heeft de gemeente Rucphen de Lokker als grondgebeid over gedaan aan de gemeente Zundert en is een belangrijk stuk geschiedenis van Sprundel mede teloor gegaan. Ik zal aan die overgang nooit wennen. Natuurtip: Let eens op de schoonheid van bessen en zaden. Laat bessen en zaden voor de vogels.

Terug naar overzicht