De bruine kikker

(08-04-2007) De komst van het voorjaar bracht en brengt bij mij heel wat teweeg. In mijn jongensjaren was het verlangen naar het actief worden van de bruine puiten erg groot. Bruine puiten, want zo worden bruine kikkers, in het Sprundelse genoemd. In mijn directe leefomgeving waren veel sloten en drinkpoelen voor het vee. Weiden in laag gelegen delen van het landschap stonden in de winter en vroege voorjaar geheel of deels onder water. De "Braandekus" was een van de laagten waar veel kikkers, padden en salamanders voorkwamen. Er was zelfs een brandput, waaruit bij brand het water als bluswater werd gebruikt. Al tientallen jaren is de "Braandekus" een nieuwbouwwijk en is geen plaats meer voor deze dieren om zich voort te planten. Een andere natte plek was de "Dieperijkes". Ook deze plek was heel rijk aan deze diersoorten. Beide plekken werden door mij dan ook rijkelijk bezocht en ging menig kikker en salamander mee naar huis om ze in een glazen pot of in de regenwater put ze te kunnen bewonderen. Wat ik in het begin niet wist was dat de diertjes ’s nachts uit hun “gevangenis” ontsnapten. Ik weet me te herinneren dat bruine kikkers vaak al in de omklemming zich via smalle slootjes verplaatsten naar de eileg-plekken. Het resultaat was kruiwagens vol met eiklompen. En ieder jaar keerden ze weer naar deze plekken om er te paren en hun erfelijk materiaal achter te laten. Ze kwamen dan ook van heinde en verre en geen obstakel hield ze tegen. Opmerkelijk was het zachte geknor van de naar donker grijs verkleurde mannetjes. Deze verkleuring noemt men het broedkleed en wordt door hormonen te weeg gebracht. Verder waren hun keeltjes licht van kleur en waren de duimpjes van beide voorpootjes voorzien van dikke blauwachtige zwellingen. Met behulp van deze zwellingen hadden ze meer grip tijdens de omklemming met een vrouwtje. De grotere vrouwtjes hebben in de voedselrijke nazomer hun eitjes al in hun lichaam aangelegd om nadien ergens in het najaar in een diepe winterslaap te gaan. Dat de vrouwtjes groter van stuk zijn dan de mannetjes heeft met het opbergen van de eitjes te maken. Volwassen vrouwtjes kunnen wel 3500 eitjes leggen. Als kind noemde ik die grote vrouwtjes klauwerds. Veel eitjes en kikkervisjes vormen een prooi voor andere waterdiertjes zoals salamanders, geelgerande waterkevers en hun larven en libellenlarven. Moeder Natuur had hun eitjes voorzien van een soort eiwitrijke gellaag. Deze laag diende als een soort reservevoedsel voor het geval dat er te weinig ontwikkeling van algjes was. Deze algjes ontwikkelen zich bij hogere watertemperatuur sneller dan bij een lage. Slim toch. Begin juni kruipen de eerste kikkers, tijdens de nacht of bij bewolkt weer of regen, het land op. Ze hebben hun kieuwen ingeruild voor longen en zijn plantaardig voedsel overgestapt naar dierlijk voedsel. Het massaal uit het water komen van de jonge kikkertjes noemde mijn vader en moeder Puitjesregen. Zij dachten dat de regen de puitjes had gebracht. Het zal echter drie jaar duren voordat de dan geslachtsrijpe kikkertjes naar de plek terugkeren om te paren en hun erfelijk materiaal veilig te stellen. Hun geboorteplek kunnen ze terug vinden door de geur van de algen waarmee ze groot gekomen zijn tijdens hun larvestadium. Het kunnen terug keren om zich voort te planten ligt vooral in de handen van ons mensen. Men gaat er vanuit dat o.a. bruine kikkers een miljard jaar geleden vanuit het water het land op zijn gekropen en in al die tijd uiterlijk niet meer zijn veranderd. Heel bijzonder is dat deze koudbloedige dieren zowel in als buiten het water kunnen leven en alleen biologisch schoon water nodig hebben, water zonder chemische stoffen die wij als mensen rijkelijk in het water hebben gestort en dit nog steeds doen, om hun erfelijk materiaal achter te laten. Door hun achteruitgang in de vijftiger jaren kwam uit onderzoek naar voren dat hun achteruitgang werd veroorzaakt door o.a. chloorverbindingen die toen als insectenbestrijders in land- en tuinbouw werden gebruikt in het water waren terecht gekomen. Als we beseffen dat jonge kinderen voor ongeveer 90 %, en volwassenen voor 60 % uit water bestaan heeft de achteruitgang van deze soorten als een signaal gewerkt en zou respect en dankbaarheid op zijn plaats zijn. Jaren zijn kikkers ook gebruikt om er achter te komen of vrouwen wel of niet zwanger ware. De kikkerproef is de ouderen onder ons nog wel bekend. Sinds 1973 zijn alle kikkers, padden en salamanders in de flora en faunawet wettelijk beschermt. Wat ik er verder nog zo bijzonder aan vindt is dat ik in ieder voorjaar het geluk mag proeven om oog in oog te mogen staan met een diersoort die in een miljard jaar uiterlijk niet is verandert en voor ons mensen belangrijk is geweest en nog is en dat is ook weer geluk. Natuurtip: Neem u voor om deze bijzondere diertjes respectvol te gaan benaderen en niet als vies te vertrappen. Terug naar overzicht