Augustus-sprokkel

(10-08-2007) Iemand uit Oudenbosch rijdt elke dag door de polder naar zijn werk en vroeg zich af welk vogeltje het toch kon zijn dat zich langs het water bevond en in het bezit was van schitterende blauwe vleugels. Wat een genoegen om elke dag op weg naar je werkplek je dag te kunnen beginnen met een ijsvogelontmoeting. Een ijsvogel was ook weer te zien in de heemtuin. De blauwe flits loerde vanaf een lisdodde in het water op zoek naar een prooi. De eiken vertonen nu aan het einde van hun takken prachtig gekleurde nieuwe blaadjes. Het heeft te maken met de extra lentegroei van de takken en twijgen. De kleur varieert van alle tinten groen tot zelfs bruin en rood toe. Dit omdat deze extra lentegroei rond 24 juni ontstaat en dit weer het feest van Sint Jan is. Dit verschijnsel wordt St. Janslot genoemd. Aan de eiken zijn nu duidelijk de jonge eikeltjes en gallen goed te zien. Gallen zijn vergroeiingen die veroorzaakt kunnen worden door schimmels, galmijten, galwespen, galluizen en galvliegen. Op eiken komen meer dan zeventig verschillende gallen voor. De bekendste is het galappeltje. Van de galnoot werd vroeger schrijfinkt gemaakt. Het St. Janskruid dankt haar naam aan de bloeiperiode die rond St. Jan ligt. Van de bloemknoppen en bloemen van het Sint Janskruid wordt al heel lang Sint Jansolie gemaakt. Deze olie is een weldaad voor de huid. Van het wienterkonigske dat in een holte van de flora- en faunamuur zijn nestje had, zijn de jongen met succes uitgevlogen. Als de zon maar efkes zijn neus aan het venster steekt, dwarrelen de vlinders door de heemtuin. Ook de waterjuffer- en libellensoorten die in deze periode actief zijn, zijn in de heemtuin te bewonderen. In veel oude wijken gieren de gierzwaluwen door de wijk. Deze prachtige vogel is geheel aangepast aan het leven in de lucht. Ze komen alleen naar beneden om een nest te maken en daarin hun jongen groot te brengen. Het nestmateriaal wordt zelfs in de lucht verzameld. Rond 8 augustus zijn ze met hun jongen onderweg naar de overwinteringgebieden in Afrika. Stilaan neemt de hoeveelheid vogelzang af. Zingen is nu niet meer belangrijk. Vogelzang is ruw weg gezegd functioneel om een vrouwtje te lokken, een leefgebied af te bakenen en mannetjes van dezelfde soort op een afstand te houden. De meeste vogelmannetjes dragen hun zang voor vanuit een hoge positie en dus goed zichtbaar. Deze opvallende plek kost een deel van de vogels hun hachje omdat ze ook goed opvallen voor een sperwer of andere natuurlijke vijanden. Met een versleten verenpak is de kans ook veel groter om opgegeten te worden. Onderzoek heeft aangetoond dat zwarte kraaien er meesters in zijn om in poldergebieden de nesten van wilde eenden te vinden en met de eieren aan de haal gaan. Alle, door zwarte kraaien opgegeten wilde eendeneieren, zullen nooit jonge eendjes voortbrengen zodat er ook minder schade aan landbouwgewassen zal ontstaan en daar zou de boer weer blij mee moeten zijn. Onderzoek naar weidevogels heeft aangetoond dat de mens, dus ook de weidevogelbeschermers de grootste negatieve rol spelen in het verloren gaan van weidevogellegsels. Door nesten te markeren vallen deze nog meer op bij verschillende natuurlijke vijanden. Lang is in de jagerswereld beweerd dat het vooral de vos was die grote slechterik was. Uit dit onderzoek is gebleken dat er meerdere natuurlijke vijanden een jonge weidevogel of een eitje ervan meepikken. Katten en honden zijn zelfs als nestrovers waargenomen. De grote boosdoener blijkt het vroeger en meerdere keren maaien van de weiden te zijn. Natuurtip: Let eens de kleine zilverblauwtjes en libellen die in uw tuin te zien zijn.

Terug naar overzicht