Waarom het gesjielp van de huismus stilletjes verstomt

(5-08-2006) In mijn jeugd waren er veel huismussen en iedereen vond dat gewoon. Wat nooit iemand had verwacht is dat een jaar of twintig geleden de afname van het aantal mussen in gang is gezet en zichtbaar werd. Velen verklaarden, de boodschapper van het slechte nieuws voor gek en al gauw werd die als doemdenker afgeschilderd. Enkele jaren geleden werd er aan de bel getrokken toen een nog duidelijkere afname van het aantal mussen zichtbaar werd. Eeuwenlang had de mens een haat-liefdeverhouding met ze. De mens richtte zijn omgeving zo in dat mussen er alle voordelen bij hadden die je maar kon bedenken. Mensen bouwden huizen waar de mussen onder de dakpannen konden nestelen. Hij veranderde woeste gronden en teelde daar vele gewassen. Als jong brakske hadden wij thuis, net als vele andere mensen in Sprundel, kippen. Al die tijd aten de mussen mee met het uitgestrooide kippenvoer. De kar met paard trok over paden en wegen en liet zijn paardendrollen achter die toen rijk waren gevuld met niet verteerde haverzaden. De vele groentetuinen zijn vervangen door gazons en leveren geen zaden en ander voedsel meer op. Waar nu grijze trottoirs het straatbeeld mede bepalen, was er zand dat meestal op zaterdagmiddag met een reif werd gereifd (geharkt) om het niet voor “schandael” te laten zijn als de mensen op de zondagochtend naar de mis trokken. Door regelmatig te “reive” , bleven deze plekken onbegroeid en groeiden daar plantjes als straatgras, varkensgras en weegbree. Van pioniersplanten is bekend dat zij veel zaden maken en mussen houden nu eenmaal, net als andere vinkachtigen, van zaden. Bij ons in Sprundel hadden we zelfs twee mulders en een boerenbond. Op deze plekken werden veel granen aan- en afgevoerd en werd er graan gemorst. Op deze plekken schoolden naast de mussen ook “tuilleeuwaarke” (kuifleeuweriken) samen om de gemorste graan op te eten. Daarnaast trokken de mussen met honderden naar de rijpende korenakkers om daar hun maagjes te vullen met onrijp of rijp koren. De afgelopen 50 jaar hebben wij nog al wat veranderingen in onze dorpen en steden doorgevoerd. Laat ik eens een opsomming doen. Al het zand in de bebouwde kom is vervangen door steen, bijna niemand heeft er nog een ren met kippen, er zijn minder paarden en de paarden die er nog zijn krijgen geen of nauwelijks haver. Bij bedrijven die granen verhandelen, wordt alles verpakt aangevoerd en afgevoerd. Globaal wordt er op het zand alleen nog mais en gras geteeld en bestrijdingsmiddelen verdelgen de wilde planten, waarvan de mus en kuifleeuwerik de zaden van aten. De moderne dakpannen bieden geen ruimte meer om er onder te nestelen en we zijn “overnet” geworden. Ze poepen op de stoep en wat zullen de voorbijgangers daar wel niet van zeggen. Wij zelf leggen immers onze drollen onzichtbaar voor anderen in een stenen pot. Onze erfafscheidingen die uit heggen bestonden, zijn voor het overgrote deel vervangen door stenen of houten schuttingen. Lekker sjielpen en je verstoppen tegen je vijanden in zo’n meidoorn, liguster of beukenheg is bijna onmogelijk geworden. Verder zijn er nog nauwelijks huizen waar tegen de muur klimop groeit, waarin je als mus lekker en veilig kon slapen, je uit de regen en de kou zat en je prachtige nesten kon bouwen . Mensen klagen steen en been als ze door hun gesjielp wakker worden gemaakt. Dan maar liever je eigen muziekske van “toenke toenke boenke”. Als laatste zijn wij als mens veel minder tolerant geworden ten opzichte van mussen en andere tuinvogels. Gelukkig zijn er nog mensen die de huismus een warm hart toedragen en ze elke dag een handvolleke zaden geven. Het is nog maar enkele jaren geleden dat er in augustus meer mussen in ons land waren dan Nederlanders. De schatting was 20 miljoen . Het aantal merels is thans groter dan het aantal huismussen. We stellen vast, met denkend aan de veranderingen die de huismus in aantal deed afnemen, dat onze leefomgeving in heel korte tijd grondig is veranderd. Ga in gedachte maar eens terug naar de plek waar je als kind bent opgeroeid, hebt gespeeld, bloemekes geplukt en kikkers of salamanders hebt gevangen, en kijk eens wat er van die plek nog over is. En geloof me 50 of 100 jaar stelt in de tijd helemaal niks voor. Natuurtip: Let in de komende dagen nog maar eens extra op de gierzwaluwen. Rond 8 augustus vertrekken ze zonder een routeplanner naar het verre Afrika om daar te overwinteren. Terug naar overzicht